Hoofdnavigatie


Week 35, vrijdag 3 september 2010, 00:02

Zoeken zoek in cultura

Uitslag Cultura’s Sonnettenwedstrijd

Uitslag Cultura’s Sonnettenwedstrijd

05.02.08
Jean Pierre Rawie heeft de ingestuurde sonnetten bestudeerd en hieronder leest u de sonnetten en zijn technische aanmerkingen op een selectie van de inzendingen.  




Rawie: "Ik heb mij beperkt tot de technische kanten. Immers, wat het effect van een gedicht op een lezer is, is geheel persoonlijk, nog afgezien van het effect dat het heeft op de dichter deszelven."

Het winnende sonnet is geworden: Dingen in dichten van Vera de Brauwer.

1 - MIDDELHARNIS

Haar naam heeft mij nooit iets gezegd
en dat is jaren zo gebleven;
een dorp waar niets viel te beleven.
Veel later bleek hoe levensecht

voor haar een rol was weggelegd,
het in de vaart der volkeren even
een kleine wending heeft gegeven
toen door Ed Hoornik heel oprecht

met bloedend hart is neergeschreven
hoe ´n kind  de dood vond –onterecht-
dat hem nog lang is bijgebleven

door een krant sober aangezegd.
Een kind dat hij graag had zien leven
maar levenloos was opgedregd.

Dik Bouwmeester

Technisch commentaar:

Haar naam (r. 1) slaat zo te zien op Middelharnis (r. 3: een dorp; r. 5: haar), maar dorp is onzijdig.
r. 6 en 7 missen een onderwerp
r. 12 geeft metrisch een probleem, tenzij je ‘één krant’ leest.
In r. 14 ontbreekt het relativum ‘dat’ (grammaticaal gesproken; het stoort niet echt).
Een serieus bedoeld sonnet loopt het risico door de keuze voor maar twee rijmklanken. Dat is effectiever bij light verse. Een stoplap als ‘onterecht’ in r. 10 werkt onbedoeld op de lachspieren.
Voorts verbaast mij het ‘veel Later’ in r. 4. Hoorniks cyclus ‘Requiem’ waarnaar verwezen wordt, is van 1938. Als de dichter doelt op het tijdstip waarop hij daarvan kennis nam, is ‘toen’ in r. 8 onlogisch.


2 - GROTE EN KLEINE DINGEN

Je kunt veel dingen tegen spreken
maar hoe verjaag je de fantomen
als ze wellustig zonder schromen
onbarmhartig de kop op steken

en jou van schrik laten verbleken
met stel: Het zal je overkomen
dat jij –niet serieus genomen-
wanneer de leeftijd zich gaat wreken

als kindse grijsaard  wordt bekeken.
Zien heilloze gedachtestromen
hun kans schoon bitterheid te kweken

met deze ouderdoms symptomen?
of weet jij deze te betomen
door de draak met hen te steken?

Dik Bouwmeester

Technisch commentaar:

r. 4 onbarmhartig: metrisch alleen te lezen als onbármhartíg; dat is te veel van het goede.
r. 14 ontbeert een halve voet. Oplossing zou zijn bijv: Door ferm de draak met hen te steken.
Ook hier veroorzaakt de keuze voor twee rijmklanken problemen: twee maal zelfde rijmwoord (r. 4 en r. 14).


3 - Expeditie

Vanavond schrijf ik over hoop en strijd.
De oude sterrenhemel ligt aan scherven.
De schemer lijkt de vloer met bloed te verven
om uit te beelden hoe de wereld glijdt.

Ik wandel, losgeweekt van vorm en tijd,
door troebel grensgebied, gedoemd tot zwerven.
Ik schets een bed, bedenk hoe ik zal sterven,
terwijl ik worstel met geloof en spijt.

Er lonkt een troostbestaan voorbij de dingen
waar alles baadt in onverzoenlijk licht.
Verraad noch liefde kan dit vuur bedwingen.

Maar in het spanningsveld van mijn gedicht
betast ik nog de randen van het woord,
de taal waarin het woeden wordt gesmoord.

Michel Krott

Technisch commentaar:

Technisch geheel correct sonnet. Bij sommige woorden heb ik mijn bedenkingen: de wereld ‘glijdt’ in r. 4. ‘Onverzoenlijk’ licht in r. 10 (in een troostbestaan zou het licht wel wat lieflijker mogen).
Na alle grote woorden valt mij het laatste sextet wat tegen. Als het gedicht zoveel vermag als hier wordt gesteld, blijkt dat mijns inziens niet overtuigend in dít gedicht.


4 - Ochtendwandeling

Het enige moment van de valker lokroep
Was in die ochtend te beluisteren geweest
En het tjilpen van een jonggeboren groep
Vlaamse gaaien klonk er tevens heel bedeesd

Een laatste ‘oehoe’ van een nachtgebraakte uil
Wekkerklanken via timmerende spechten
De wind trok fluitend sprintjes door een grote kuil
Struikgeritsel door een edelhert, een echte

Juist op dat moment liep hij daar door het loof
Hij liet zich voor één keer door niets anders meer storen
Voor alles om hem heen sloot hij zich af, was doof

Serenades der natuur voor hem bestemd
Bosaubades die hij fijn had kunnen horen
Maar zijn I-Pod had dat alles overstemd

Guido van de Wiel

Technisch commentaar:

Juist bij light verse (en dat lijkt me dit toch) is het van belang dat de vorm vlekkeloos is. Hier zijn de regellengtes een beetje uit de losse pols, sommige regels zijn alexanrijnen, andere hebben 10 of 11 lettergrepen.
Lokroep (r. 1) rijmt niet op groep (r. 3).
Een echte (r. 8) bij het onzijdige edelhert lijkt mij door het rijm ingegeven.
Rijk rijm (rime riche) als bestemd (r. 12) op overstemd (r. 14) is in het Nederlands niet mooi.


5 - Dingen in gedichten - WINNAAR

Ik dicht niet over 't wezen van de dingen,
al brengt hun beeld mijn onderwerp tot leven.
Ik schrijf niet “lamp” om 't licht dat zij kan geven,
maar om mijn lieve moeder te bezingen

die wachtend las, toen wij naar fuiven gingen.
Ook heb ik 't onbestemde vaak beschreven
door er een vergelijking op te kleven
met zaken die mij dag na dag omringen.

Maar soms is ieder denken mij teveel,
mijn pen ligt doelloos op het blanco blad,
de dingen lijken van hun zin ontdaan.

De nieuwe rol die ik hen toebedeel
is die van nutteloze boel omdat
geen druppel inkt hen linkt aan mijn bestaan.

Vera De Brauwer

Technisch commentaar:

Technisch correct sonnet, al zou ik een afwisseling van staand en slepend rijm mooier vinden door het hele gedicht heen in plaats van slepend in het octaaf en staand in het sextet (maar dat kan natuurlijk met opzet zo gedaan zijn, en dan zeg ik niks meer). Een idiosyncrasie van mij is dat ik ‘poëtische’ dingen als “ ’t wezen”, “ ’t onbestemde”, “ ’t licht” et cetera liever vermijd, maar anderen stoort dat misschien helemaal niet.


6 - Mijn sonnet 

Als ik de krachten in gedichten zie
De bundeling waarin de woorden zijn verhard
In wisselwerking sterk van geest die
zwak van zin het menselijk denken tart
 
En toch de notie van de oorsprong voel:
Dan vallen dingen in een harmonie
Dan wordt het doel van denkend leven sterk
En zoek ik, als gedreven, amnestie
 
Voor al teveel ontwrichting door de mens
Dan zie ik door een gave, minuscule lens
Wat een gedicht, verborgen dingend, biedt.
 
Hoe wij ook imiteren en de blik zich verder richt
Pas in het allerlaatst moment, voor het gericht,
Hervindt die eenheid zich en eerder niet.

Annette Reyes

Technisch commentaar:

Het gedicht begint met een aanhalingsteken (‘), maar wordt daar niet door afgesloten; opzet of nalatigheid? Diepzinnigheid?
De regellengtes zijn op zijn zachtst gezegd onorthodox. De meeste tellen 10 lettergrepen, maar r. 2, 10 en 13 hebben er 12, r. 3 en 7 hebben er 9, en r. 12 telt 14 lettergrepen. De functie daarvan ontgaat mij.
Gedichten zie (r. 1) rijmt niet op (r. 3) geest zie.
Voel (r. 4) rijmt niet op (r. 7) sterk.
Richt (r. 12) en (r. 13) gericht vormen een rijk rijm, wat niet mooi is.

Cultura links